|
Olof Koekebakker, architectuurjournalist De afgelopen vijftien jaar heeft op Architectenbureau Korbee een generatiewisseling plaatsgevonden, waarbij zoon Arie het roer geleidelijk heeft overgenomen van vader Leen, de oprichter van het Noordwijkse bureau. Nadat Arie Korbee zijn architectuuropleiding aan de Technische Universiteit van Delft had voltooid, was het nog geen uitgemaakte zaak dat hij meteen al in dienst zou treden bij het bureau van zijn vader. Alvorens er een ongetwijfeld belangrijke positie in te nemen, ging hij liever eerst ergens anders werken om ervaring op te doen. Het samenkomen van vader en zoon diende zich echter sneller aan dan verwacht. Eind jaren tachtig slaagde Architectenbureau Korbee erin een grote opdracht te verwerven: de verbouwing en uitbreiding van Huis ter Duin, het grootste en bekendste hotel van Noordwijk. Voor deze omvangrijke opgave werd zelfs een tijdelijke dependance van het bureau gevestigd bij de opdrachtgever in het naburige Katwijk. Het project, met Arie Korbee als projectarchitect, verliep in alle opzichten succesvol. Het nieuwe Huis ter Duin werd de grootste blikvanger van Noordwijk aan Zee en bracht het zelfs tot de selectie van de vijftig mooiste gebouwen in ‘Mooi gebouwd in Nederland’, samengesteld door architectuurjournalist Jaap Huisman. Toen de opdracht voor Huis ter Duin tot een goed einde was gebracht, lag de definitieve komst van Arie naar het bureau van zijn vader voor de hand. In de loop van de jaren negentig ontwikkelde zijn positie zich tot die van een volwaardige partner. Tegelijk gebeurde, even geleidelijk, het omgekeerde. Leen Korbee trok zich langzaamaan terug in een rol op de achtergrond. Tegenwoordig heeft de zoon de dagelijkse leiding en treedt de vader op als adviseur. De generatiewisseling had een zichtbaar effect op het werk van het bureau. Leen Korbee leerde het vak van architect vooral in de praktijk; zijn vakopleiding kreeg hij grotendeels op avondscholen. Het zou een voedingsbodem worden voor een nuchtere en praktische benadering van het vak, die goed in de smaak viel bij de opdrachtgevers. Arie Korbee nam zich voor die praktische instelling vast te houden. De gebouwen die het bureau ontwierp moesten, zoals hij het zelf uitdrukt, even ‘wind- en waterdicht’ - en even betaalbaar - zijn als altijd. Maar daarnaast reikten zijn ambities verder. Zijn studie in Delft zal zeker hebben bijgedragen aan zijn opvatting dat aan de ontwerpen architectonisch meer te beleven zou moeten zijn. Alleen mocht dat niet ten koste gaan van de praktijkgerichte basis die zijn vader het bureau had gegeven. Arie Korbee wilde een nieuwe weg inslaan, zonder de opdrachtgevers waarmee het bureau tot bloei was gekomen van zich te vervreemden. In dit boek is te zien hoe deze ambitie vanaf 1990 de toon heeft gezet. De aandacht voor de architectonische kwaliteit van de ontwerpen is onmiskenbaar. Desondanks is er een grote verscheidenheid. Het bureau is er niet op uit aan de opdrachtgever een bepaalde architectuurstijl op te leggen. De villa Van den Hoek in Hellevoetsluis is bijvoorbeeld uitgesproken modernistisch. Met het platte dak, de horizontale raamstroken en het ritme van open en gesloten geveldelen is de echo hoorbaar van Le Corbusier. De meeste andere villa’s hebben een meer klassieke verschijningsvorm, al is het alleen maar door hun schuine daken. Hoewel die soms ook worden opgelegd door een bestemmingsplan dat de goothoogte aan een maximum bindt, is het doorgaans de voorkeur van de opdrachtgever die hier de doorslag geeft. De meeste mensen wonen nu eenmaal het liefst in een huis met schuine kap waaronder een echte zolder schuilgaat. Het bureau heeft er dus geen moeite mee om tegemoet te komen aan de smaak van de opdrachtgever. Dat wil niet zeggen dat de traditionele vormen die de opdrachtgever in gedachten heeft simpelweg worden gekopieerd. De meeste villa’s mogen dan klassiek ogen, ze hebben steeds het karakter van een oorspronkelijke en eigentijdse interpretatie. Bijna altijd is er wel iets dat het vertrouwde beeld doorbreekt en een kanttekening plaatst bij de vanzelfsprekendheid van de gekozen vormen. Dit is bijvoorbeeld goed te zien aan de plaats van de goten in de villa Zonneveld in Noordwijk. Doordat ze niet, zoals gebruikelijk, aan de onderkant van het dak zitten, maar net daarboven, wordt de grote schuine kap subtiel gerelativeerd. Vaak ook worden schuine daken op een weloverwogen manier opengebroken. Meestal gebeurt dat op één van de hoeken, waardoor een woning meer hoogte krijgt. Bij de villa Ficq in Nieuwkoop is ook nog eens een horizontaal segment uit het dakvlak genomen, wat de bijzondere combinatie oplevert van een schuin dak met een dakterras. Zo wordt de beschouwer soms even op het verkeerde been gezet. De dubbele bodem zorgt ervoor dat het bouwwerk niet meteen is wat het lijkt en dat de geest een lichte prikkeling ondergaat. Architectenbureau Korbee doet dat niet alleen met daken. Ook het spelen met volumes en vlakken kan de architectuur een zekere lading geven. Zoals in het geval van de villa Van den Hoek in Hellevoetsluis, waar het ene volume schuin in het andere steekt. Bij deze villa zien we aan de achterkant een andere architectonische ingreep die het bureau vaker toepast: een gevelvlak blijkt even verderop haast ongemerkt een schijf te zijn geworden die vrij in de ruimte staat. Het is ook een manier om grote gebouwen er minder massaal te laten uitzien. Zo wordt elk bouwdeel van het distributiecentrum van Dirk van den Broek in Sassenheim op de linkerhoek ‘opengebroken’. Helemaal rechts wordt de massa op een andere manier gerelativeerd, namelijk door een hoog venster dat als het ware de hoek omgaat. De drie kantoorvilla’s op het bedrijventerrein ’s Gravendijck in Noordwijk zijn zelfs zo open en lichtvoetig dat je het idee krijgt eerder tegen vrijstaande vlakken aan te kijken dan tegen een gevel. Bij het distributiecentrum van Baalbergen in Sassenheim heeft de voorgevel een zekere gelaagdheid gekregen doordat meerdere gevelvlakken vlak achter elkaar zijn geplaatst. De bakstenen gevel van het vooruitgeschoven volume steekt af tegen de meer neutrale achtergrond van het hoofdvolume. Bij de supermarkt annex parkeergarage in Oud Beijerland ten slotte was het voldoende om de vlakken van rode baksteen iets naar voren te zetten om de gevel diepte te geven. Een ander instrument om gebouwen intrigerender te maken is ze de illusie meegeven van een zekere gewichtloosheid. Het effect van een overkragend bouwdeel kan in zo’n geval nog eens worden versterkt door een beëindiging in een scherpe punt. We zien dit onder andere bij het cultureel centrum De Muze, het bedrijfsgebouw van Putman (beide in Noordwijk) en het distributiecentrum van Dirk van den Broek in Alphen aan den Rijn. We kunnen hier zelfs spreken van een vaker terugkerend stijlkenmerk. Als zulke schijnbaar zwevende bouwdelen er zwaar en massief uitzien, ontstaat een contrast dat het effect nog sterker maakt. Dit is het geval bij het gebouw van aannemersbedrijf Van Duin - eveneens in het Noordwijkse bedrijvengebied ’s Gravendijck – waar de eerste verdieping links en rechts uitkraagt. De illusie wordt nog een handje geholpen door de inkeping in de vorm van twee smalle, hoge vensters links, en het lichtgrijze vlak rechts dat het metselwerk onderbreekt. Dit gebouw laat ook de zelfbeheersing zien die ervoor zorgt dat het geen spektakelarchitectuur wordt. De speelsheid van de uitkragende verdieping vindt een tegenhanger in het strenge gevelbeeld: de regelmatige rij van vierkante vensters is het tegendeel van frivool. Het gebouw van Van Duin verraadt nog iets anders. Namelijk het streven om bouwwerken er ook echt als een gebouw te laten uitzien. Dat lijkt een open deur, maar op een gemiddeld bedrijventerrein wekken veel panden de indruk dat het evengoed morgen weer kan worden afgebroken. Zo niet de bedrijfsgebouwen van Architectenbureau Korbee. Juist in gevallen waarin men dat misschien niet verwacht, zoals bij de grote distributiecentra van Dirk van den Broek in Sassenheim en Alphen aan den Rijn, stralen de gebouwen een ambachtelijkheid uit die ze bijna letterlijk gewicht geeft. De keuze voor metselwerk speelt daarbij een grote rol, maar ook details als hardhouten kozijnen en simpele geometrische versieringen in de vorm van ingemetselde glazen bouwstenen of horizontale banden. De projecten in dit boek getuigen van een grote diversiteit. Het oeuvre omvat relatief veel vrijstaande woningen en bedrijfsgebouwen, maar ook appartementengebouwen, winkels, hotels en een cultureel centrum. In een statig pand aan de Amsterdamse Keizersgracht - het voormalige kantoor van de Avro - werden appartementen gebouwd en een kantoorgebouw in Zoetermeer is ingrijpend gerenoveerd. Soms zijn de opgaven verre van eenduidig en moeten in een gebouw uiteenlopende functies worden ondergebracht. In zulke gevallen is Architectenbureau Korbee misschien wel op zijn best. Zo werd De Muze in Noordwijk een geslaagde synthese van een cultureel centrum en luxe appartementen, waarbij een gedurfde vormgeving een allure heeft opgeleverd die niet snel met het begrip ‘cultureel centrum’ in verband wordt gebracht. Bij een ander gecompliceerd programma, een combinatie van winkels, woningen en een parkeergarage in Nieuw Vennep, is een breed scala aan architectonische instrumenten ingezet. Ook hier is sprake van een spel met schijven en volumes, terwijl het metselwerk de gevels van een subtiel reliëf voorziet. Door de beheerste toepassing van deze middelen, dringt het gebouw zich niet op en is het minder uitbundig dan De Muze. Het bureau doet ook interieurprojecten. Soms zijn die gekoppeld aan een nieuwbouwopgave, zoals bij De Muze. Andere interieuropdrachten stonden op zichzelf. Zo verzorgde het bureau de inrichting van de Rabobank in Noordwijk. Voor Videoland werd een modulaire standaardinrichting ontwikkeld voor alle videozaken, met speciaal ontworpen kasten waarin de videobanden op een overzichtelijke manier kunnen worden uitgestald. Op stedenbouwkundig gebied wordt vaak in een vroeg stadium intensief overleg gevoerd met een Stedenbouwkundig Bureau. Het Architectenbureau maakt ook stedenbouwkundige deelontwerpen en bewijst met verschillende plannen over stedenbouwkundige gevoeligheid te beschikken. Waar er aanleiding voor is staan de bouwwerken niet op zichzelf, maar zijn ze afgestemd op de lijnen in de omgeving. Soms wordt een straathoek geaccentueerd met een hoger bouwdeel, zoals bij de appartementengebouwen La Coquille in Noordwijk en De Bouwmeester in Hilversum. Vaak ook neemt een ontwerp een verdraaiing in de onderliggende structuur van het wegenpatroon in zich op. Dat kan met een forse maat gebeuren - zie het bedrijfsgebouw van Baalbergen in Sassenheim - maar ook op een kleine schaal, zoals bij de villa Mulder in Oegstgeest. In het laatste geval is de kromming van het lage bouwdeel effectief genoeg om de stompe hoek van twee straten tot uitdrukking te brengen. Architectenbureau Korbee is geen bureau dat met zijn werk om aandacht schreeuwt. Het bureau is middelgroot van omvang en realiseert de meeste projecten in de Randstad. Je zou het dus een gewoon bureau kunnen noemen - ware het niet dat het woord gewoon associaties oproept met ‘middelmatig’, met ‘niets bijzonders’. Daarmee zouden we vader en zoon Korbee en hun medewerkers tekort doen. De projecten van het bureau weten zich namelijk aan de middelmaat te onttrekken. Een bedrijfsgebouw is bij nadere beschouwing met net iets meer zorg en aandacht ontwikkeld dan de vaak non-descripte onderkomens van de buren. Hetzelfde geldt voor de woningen, appartementencomplexen, hotels en andere gebouwen. We leven in een tijd waarin ook de architectuur steeds meer een media event wordt, en waarin de beroemdste architecten als echte sterren de aandacht voor zich opeisen. Het kan dan een verademing zijn eens de blik te richten op de kwaliteiten van projecten die helemaal niets opeisen, maar die ‘gewoon’ - in de goede zin van het woord – deugen omdat er een grote vakbekwaamheid en liefde voor de architectuur in tot uitdrukking worden gebracht. |